nonkel
mannelijk (de)/ˈnɔŋkəl/
Wat is de betekenis van nonkel?
nonkel betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
Voorbeelden van "nonkel" in een zin
- Mijn nonkel komt steevast naar onze familiefeestjes.
Etymologie
*van "oncle" met metanalyse: de eind-n van den onkel, mijn onkel of mon oncle werd mettertijd beschouwd als een onderdeel van het tweede woord, in de betekenis van ‘oom’ voor het eerst aangetroffen in 1851
Vertalingen
Fransoncle, tonton
DuitsOnkel
Spaanstio
Italiaanszio
Portugeestio
Turksamca
Poolswuj
Zweedsfarbror, morbror, onkel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek