oom

mannelijk (de)/om/

Wat is de betekenis van oom?

oom betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Voorbeelden van "oom" in een zin

  • Dat was eene sware dinc. Sconincs wijf was een jodinne. Doet Mardocheus wiste, hare oom, Was hi drouve in sinen sinn
  • Ik had het hoofdstuk over het huwelijk uit De profeet al vaker gehoord tijdens bruiloften, voorgelezen door een trotse oom of vader.

Betekenis en uitleg van oom

Een oom is de broer van je vader of moeder, of de man van je tante. Ooms spelen vaak een belangrijke rol in het leven van kinderen, als een soort extra volwassene die naast de ouders staat en soms voor wat avontuur zorgt.

Het woord 'oom' wordt vaak gebruikt in informele en familiaire contexten. Je kunt het gebruiken om te verwijzen naar een familielid met wie je een hechte band hebt, of simpelweg om iemand aan te duiden die een vaderfiguur kan zijn. Ooms kunnen ook betrokken zijn bij gezinsactiviteiten of bijzondere momenten, zoals verjaardagen of vakanties.

Voorbeelden

  • Mijn oom nam me mee naar het voetbal, dat was altijd een groot feest.
  • Tijdens het familiediner vertelde mijn oom verhalen uit zijn jeugd die ons allemaal aan het lachen maakten.
  • Ik heb een nieuwe hobby ontdekt dankzij mijn oom, die me leerde vissen.

Woordoorsprong

Het woord 'oom' komt van het Oudnederlands en is verwant aan het Engelse 'uncle', wat dezelfde betekenis heeft. Het heeft een lange geschiedenis in de Nederlandse taal als aanduiding voor een mannelijk familielid.

Veelgestelde vragen over oom

Wat is de betekenis van oom?

oom betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Welk woordgeslacht heeft oom?

oom is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van oom?

Synoniemen van oom zijn: nonkel.

Hoe gebruik je oom in een zin?

Voorbeeld: “Dat was eene sware dinc. Sconincs wijf was een jodinne. Doet Mardocheus wiste, hare oom, Was hi drouve in sinen sinn

Etymologie

:: iem (Oudfries: ēm)

Vertalingen

Engelsuncle
Fransoncle, tonton
DuitsOnkel
Spaanstío
Italiaanszio
Portugeestio
Turksamca
Poolswuj
Zweedsfarbror, morbror, onkel