oom

mannelijk (de)/om/

Wat is de betekenis van oom?

oom betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Voorbeelden van "oom" in een zin

  • Dat was eene sware dinc. Sconincs wijf was een jodinne. Doet Mardocheus wiste, hare oom, Was hi drouve in sinen sinn
  • Ik had het hoofdstuk over het huwelijk uit De profeet al vaker gehoord tijdens bruiloften, voorgelezen door een trotse oom of vader.

Etymologie

:: iem (Oudfries: ēm)

Vertalingen

Engelsuncle
Fransoncle, tonton
DuitsOnkel
Spaanstío
Italiaanszio
Portugeestio
Turksamca
Poolswuj
Zweedsfarbror, morbror, onkel