nooddruft
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (formeel) gebrek aan het meest elementaire, armoede
Etymologie
* In de betekenis van ‘behoefte’ voor het eerst aangetroffen in 1291
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘behoefte’ voor het eerst aangetroffen in 1291