woorden
boek
Start
›
N
›
noodplan
noodplan
onzijdig (het)
/ˈnotplɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een plan dat gemaakt is voor noodsituaties
Op 11 mei ging de Tweede Kamer akkoord met het noodplan om de euro te redden.
Verwante woorden
nood
noodaansluiting
noodadres
noodadressen
noodaggregaat
noodaggregaten
noodanker
noodbedden
noodbericht
noodbevel
noodbevoegdheden
noodbouw
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← noodpil
noodplannen →