noorderkwartier

onzijdig (het)/ˈnordərˌkwɑrtir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het noordelijke gedeelte van een gebied
    Holland werd meer en meer het enige solvabele gewest, maar toch moest het Noorderkwartier al bijgesprongen worden door het Zuiderkwartier; de runderpest had het platteland schrikbarend verarmd
    Sportvissers hebben samen met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier duizenden vissen gered die zaten opgesloten in een doodlopende gracht in Enkhuizen.