noordooster

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koude, uit de richting van het noordoosten komende wind
    Zo ruilen wij de koude noordooster voor een veel zachtere variant uit het zuidoosten. Meteen het signaal voor een vroege lente.de Standaard 11/02/2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170211_02725490 We gaan van een late winterprik naar vroege lente ]
    Vanavond verdwijnen de stapelwolken en is het op de meeste plaatsen onbewolkt. Over de Waddeneilanden kan in de loop van de avond bewolking trekken. Bij een matige noordooster koelt het af naar 8 tot 12 graden. De 8 is voor het noorden van het land.de Telegraaf 07 jun. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1099899/aangename-avond Aangename avond ]
    Wie 1963 zegt, zegt Elfstedentocht. De extreemste editie ooit. Winnaar Reinier Paping trotseert sneeuw, kou en een straffe noordooster. Van de tienduizend toerrijders bereiken 69 de finish.NRC Maarten Scholten 7 februari 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/07/de-oranjegekte-in-nederland-begon-op-buitenijs-a1591427 De Oranjegekte in Nederland begon op buitenijs ]

Etymologie

*afgeleid van noordoost

Vertalingen

Engelsnortheaster