nop

mannelijk/vrouwelijk (de)/nɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een niet puntig uitsteeksel
    Op de vloer met nop glij je minder makkelijk uit.
    Door de noppen op de voetbalschoen glijden de spelers niet uit op het gras.
voornaamwoord
  1. helemaal niets
    Doordat hij enorme reiskosten had, heeft hij eigenlijk voor nop gewerkt.

Etymologie

*: "noppen" zonder de uitgang -en