nopen

/ˈnopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) noodzakelijk maken
    Hij was genoopt die cursus helemaal opnieuw te ontwikkelen.
    «Wanneer uitzonderlijke omstandigheden daartoe nopen, kunnen bij een wet een of meer personen van de erfopvolging worden uitgesloten.»

Etymologie

*van Middelnederlands """; in de betekenis van ‘dwingen’ aangetroffen vanaf 1260