nostalgie
vrouwelijk (de)/nɔstɑlˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) aandoening die het gevolg is van het hevig missen van het moederland, met symptomen als verminderde eetlust, verzwakte spieren en een algemeen gevoel van depressiviteit
- (emotie) melancholisch verlangen naar dat wat geweest isWe gingen zitten op het terras van Caffè Lavena. We hadden ook Florian of Quadri kunnen kiezen om ons te laten afzetten in naam van de nostalgie. Ook daar zouden we er zeker van hebben kunnen zijn dat de toeristische exploitatie van een klinkende naam en een elegant verleden met flair en stijl zou worden uitgevoerd.
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'nostos' (terugkeer)
Vertalingen
Engelsnostalgia
Fransnostalgie
DuitsNostalgie
Spaansnostalgia, añoranza, morriña
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek