nuchterheid

vrouwelijk (de)/ˈnʏxtərˌhɛit/

Wat is de betekenis van nuchterheid?

nuchterheid betekent: in een staat zijn van nog niet gegeten hebbend

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. in een staat zijn van nog niet gegeten hebbend
  2. geen alcohol gedronken hebbend
  3. rustig en bedaard zijnd
  4. onvatbaar zijn voor allerlei emotionele stemmingen, ongevoeligheid

Voorbeelden van "nuchterheid" in een zin

  • Het suikergehalte in het bloed was zo hoog dat de nuchterheid van de diabetes patiënt twijfelachtig was.
  • Het alcoholslot moest de nuchterheid van de bestuurder garanderen.
  • Zijn nuchterheid maakte het moeilijk om echte ruzie met hem te krijgen.
  • Feiten zijn goed voor onze nuchterheid, maar we hebben in de eerste plaats te maken met verschillende visies op wat wij een goede samenleving vinden. Omdat er geen sprake is van een echt debat, van echt engagement, blijven we langs elkaar heen roepen en kan iemand als Rijxman twee doelgroepen toespreken, zonder zich rekenschap te geven van de spanningen die haar betogen in zich dragen. NRC Bas Heijne 30 december 2016

Etymologie

*afleiding van nuchter