oefening

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. activiteit die erop gericht is om een vaardigheid te leren of te verbeteren
    De oefening bleek toch zwaarder dan gedacht.
    Sportgeschiedenis functioneert al te vaak als een oefening in nostalgie voor mannen van middelbare leeftijd.

Etymologie

* van oefenen

Uitdrukkingen

  • Het is einde oefeningHet is afgelopen
  • Oefening baart kunstMen leert iets door het te oefenen

Vertalingen

Engelsexercise
Fransexercice
DuitsÜbung
Spaansejercicio, práctica
Poolsćwiczenie