oefenvlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈufə(n)vlʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luchtvaart (luchtvaart) vliegtocht om de vaardigheid van een piloot te verbeteren of de betrouwbaarheid van een vliegtuig of piloot te testen

Vertalingen

DuitsÜbungsflug