oefenvlucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈufə(n)vlʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (luchtvaart) vliegtocht om de vaardigheid van een piloot te verbeteren of de betrouwbaarheid van een vliegtuig of piloot te testen
Vertalingen
DuitsÜbungsflug
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek