oliegoed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- waterdichte kleding die gemaakt is van met lijnolie geïmpregneerde katoenen stof die vooral door vissers wordt gebruiktVerder een afgeknipte spijkerbroek en roze gympen, wat mooi contrasteert met het gele oliegoed van Dora en Heini.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek