oliekan

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈoliˌkɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kan waarin men olie bewaart en waaruit men olie kan schenken
    Wim Kan zei tijdens de eerste oliecrisis al dat de olielanden nog wel eens met een oliekannetje langs de deur zouden komen om te vragen of wij misschien nog wat olie wilden kopen. Datzelfde zou nu moeten opgaan voor de bankiers en hun “haarlemmer olie”. Wilt u nog een extra kredietje? De Telegraaf W. Okkerse 20 april 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/832093/bankengeld-buitenspel-gezet Bankengeld buitenspel gezet]
    De opvolger van de geslachtofferde Huisinga, Karel Noordzij, heeft ten opzichte van zijn voorganger één groot voordeel: hij is tijdelijk. Dat vertelde hij ook onmiddellijk na zijn aantreden en de enkele keren dat hij daarna voor het voetlicht trad. Hij doet niet meer dan binnen de veelgeplaagde spoorwegonderneming met de oliekan rondgaan om de vastgelopen en roestige raderen te smeren. Reformatorisch Dagblad Niek Sterk 28 februari 2002 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/psychologie-van-wissel-ns-top-werkt-nog-1.331 Psychologie van wissel NS-top werkt nog]

Vertalingen

Engelsgrease box, oil canister, oil can