oligarch

mannelijk (de)/ˌoliˈɣɑrᵊx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, politiek, filosofie (geschiedenis) (politiek) (filosofie) lid of voorstander van een oligarchie
  2. figuurlijk (figuurlijk) een zeer vermogend persoon
    In zijn afscheidsspeech heeft Joe Biden de noodklok geluid over de macht van de megarijken. De oligarchen “bedreigen onze democratie, onze basale rechten en onze vrijheid”, zei de president. [https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/biden-waarschuwt-voor-tech-industrieel-complex-en-oligarchen-trump-neemt-13-miljardairs-op-in-kabinet www.bnnvara.nl (16 jan 2025)]
  3. pregnant (pregnant) schatrijke zakenman uit de voormalige Sovjet-Unie die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie dankzij politieke connecties grote rijkdommen vergaard heeft door de geprivatiseerde staatsbedrijven goedkoop op te kopen.

Etymologie

* Ontleend aan Oudgrieks "ὀλιγάρχης" (olígos) “weinig” en het zelfstandig naamwoord "άρχης" (árkhēs) “leider, heerser”, als terugvorming van "ὀλιγαρχία" (oligarkhía) “oligarchie”.

Vertalingen

Engelsoligarch
Fransoligarque
DuitsOligarch
Spaansoligarca
Italiaansoligarca
Portugeesoligarca
Russischолигарх
Poolsoligarcha
Zweedsoligark
Deensoligark