oligoceen

onzijdig (het)/ˌoliɣoˈsen/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) geologisch tijdperk waarin wat meer moderne levensvormen naar voren kwamen, derde en laatste tijdvak van de periode paleogeen van 34 tot 23 miljoen jaar geleden
    Het oligoceen komt na het eoceen en wordt gevolgd door het mioceen.

Etymologie

*van "Oligozän" en "Oligocene", naam voorgesteld in 1854 door de Duitse geoloog H.E. Beyrich; afgeleid van ὀλίγος (olígos) "weinig" en καινός (kainós) "nieuw", dus: "weinig nieuw (leven)";[https://books.google.nl/books?id=YngeAQAAIAAJ&lpg=RA1-PA92&ots=FhOhXRq5C4&dq=%22On%20the%20Silurian%20and%20Cambrian%20Systems%2C%20Exhibiting%20the%20Order%20in%20which%20the%20Older%20Sedimentary%20Strata%20Succeed%20each%20other%20in%20England%20and%20Wales%22&hl=nl&pg=RA2-PA48#v=onepage&q=paleocene&f=false "The Geologic Time Classification of the United States Geological Survey Compared with Other Classifications" (1925) US Department of the Interior, Washington]; pp. 50, 53; geraadpleegd 2016-02-02

Vertalingen

EngelsOligocene
FransOligocène
DuitsOligozän
SpaansOligoceno