omstreken
/ˈɔmstrekə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- omgeving van een plaats
Etymologie
* "omstreek" met de uitgang -en
Vertalingen
Engelsenvironment, environs, surroundings
Spaansafueras, alrededores
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* "omstreek" met de uitgang -en