onderhoud

onzijdig (het)/ˈɔndərˌhɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handelingen verricht om iets in goede staat te houden
    Hoewel deze terugkeer naar de kou en de duisternis een nuttige halte in zijn leven was geworden, stond zijn trein in het station voor onderhoud en om na te denken.
  2. communicatie (communicatie) een gesprek waarin men m.n. tracht bepaalde geschilpunten te overbruggen
    Hij had een onderhoud met zijn chef.

Etymologie

*Afgeleid van onderhouden

Vertalingen

Engelsmaintenance, conversation
Fransmaintenance, entretien
DuitsInstandhaltung, Wartung, Unterhaltung
Spaansmanutención, mantenimiento, entrevista
Italiaansmanutenzione
Deensvedligeholdelse