onderscheid

onzijdig (het)/ˈɔndərˌsxɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. differentiatie, verschil
    Rousseau maakt een strikt onderscheid tussen enerzijds de volonté générale en anderzijds de volonté de tous, de wil van allen.
    Ik vond het mooi om te zien dat ze mijn situatie begreep en een onderscheid kon maken tussen hoofd- en bijzaak.
    Buiten de wintermaanden gebruiken honderden boeren langs de Maas de grond voor de verbouw van bijvoorbeeld aardappelen en maïs en voor gras- en hooiland. De boeren betogen dat er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen schade binnen en buiten de dijk.