onderzoeksgroep

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔndərzuksˌxrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep van mensen die samen een onderzoek uitvoert
    Bij de uitbarsting spuwde de vulkaan een aspluim van ongeveer 3,6 kilometer de lucht in, volgens onderzoeksgroep GNS Science. 'Dat is voor een vulkaanuitbarsting niet veel', aldus Ken Gledhill.
    Te gevaarlijk om los te laten in de echte wereld. Zo beschreef onderzoeksgroep OpenAI begin dit jaar haar nieuwste algoritme. Het systeem kan vrijwel vanuit het niets complete teksten van a tot z aan elkaar verzinnen, in goed lopende zinnen. Ondanks het gevaar is het algoritme tóch uitgebracht.