ongedwongenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vrij zijn, het zonder dwang kunnen doen wat men wil
    Dest, zoon van een Amerikaanse vader en een Nederlandse moeder, stapte in 2012 over van de jeugd van Almere City naar Ajax. Hij doorliep de jeugdelftallen van Ajax met dezelfde ongedwongenheid die hij nu ook tentoonspreidt.

Etymologie

* afleiding van ongedwongen

Vertalingen

Engelsinformality, abandonment, unconstraint