ons

onzijdig (het)/ɔns/

Betekenis

voornaamwoord
  1. 1e persoon meervoud als (direct of indirect) object of na een voorzetsel;
    Hij zag ons in de stad.
    Hij heeft ons dit gegeven.
    Hij doet het voor ons.
voornaamwoord
  1. 1e persoon meervoud;
voornaamwoord
  1. van de 1e persoon meervoud
    Dit is ons huis.
    Dit is onze huisdeur.
zelfstandig naamwoord
  1. eenheid (eenheid) niet officiële gewichtsmaat van 100 gram
    Mag het een ons meer zijn?
  2. eenheid, verouderd (eenheid), (verouderd) een eenheid van gewicht van voor de invoering van het decimale stelsel en was 1/16 van een pond (ca. 480 gram) of 1/12 van een medicinaal pond (ca. 375 gram)
    Een ons was onderverdeeld in acht drachma's.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bezittelijk voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • een onsje minder
  • tot hij een ons weegt

Vertalingen

Engelsus, our
Fransnous, notre
Duitsuns, unser
Spaansnuestro, nuestra
Russischнас, нам, нами
Turks-miz