Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ontechten

/ɔntˈɛxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, juridisch, verouderd (ov) (juridisch) (verouderd) door beëindiging van een huwelijk weer vrijgezel maken
    {{ouds
  2. ov, juridisch (ov) (juridisch) iemand zijn rechten ontnemen.
    De ridder werd ontecht na zijn verraad.
  3. inerg, figuurlijk (inerg) (figuurlijk) betekenis verliezen of waarde verliezen.
    Zijn woorden ontechten toen hij herhaaldelijk loog.
  4. ov (ov) De waarheid ontkennen of weigeren te erkennen.
    Ondanks het bewijs bleef hij de feiten ontechten.

Etymologie

*afgeleid van "echt" en , in de betekenis van ‘ontdoen van rechten’ voor het eerst aangetroffen in de middeleeuwen.