ontij

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gevaarlijke, slechte, donkere deel van de dag
    Michel Robillard heeft niet stilgezeten na zijn pensioen. De meubelmaker besteedde zijn tijd aan het nabouwen van een Citroën 2CV - een geit, zoals wij het model ook noemen. Robillard bouwde de exacte replica op de manier die hem het best lag: in hout, weet France Bleu. En hij deed dat goed, want na zes jaar noeste arbeid rijdt zijn auto en is hij zo goed als klaar om de weg te veroveren. Het enige dat hij nog mist is een beschermhoes. Geen overbodige luxe, want het blijft een houten auto. Daarvoor doet Robillard een oproep aan modehuizen Hermés en Luis Vuitton: of zij hem misschien kunnen helpen zijn pièce unique te beschermen tegen weer en ontij. de Standaard VRIJDAG 31 MAART 2017
  2. een tijd die niet goed uitkomt, een ongelegen moment

Etymologie

*afgeleid van tijd

Uitdrukkingen

  • bij nacht en ontijtijdens de ongunstige donkere tijden van het etmaal wanneer er slechte zaken gebeuren