ontvolking

vrouwelijk (de)/ɔntˈfɔlkɪŋ/

Wat is de betekenis van ontvolking?

ontvolking betekent: aanzienlijke vermindering van het aantal inwoners

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanzienlijke vermindering van het aantal inwoners
  2. verwijdering van de inwoners uit een gebied

Voorbeelden van "ontvolking" in een zin

  • De bevolking van de stad mag dan van zo’n 175.000 inwoners in 1950 zijn gedaald tot 40.000 nu, de huizenprijzen zijn vooral de afgelopen twee decennia hard gestegen. (…) Het einde van de ontvolking is dan ook nog niet in zicht in Venetië, dat nu, net als voor de coronatijd, weer onder de voet wordt gelopen door miljoenen toeristen.
  • Daar waar mijnen en fabrieken gesloten zijn of de landbouw geen werk meer biedt, is de ontvolking het hardst gegaan.
  • Ten slotte is er de meest omstreden actie van Coen, die dan inmiddels gouverneur-generaal is, de ontvolking van Banda, de verwoesting van nootmuskaatbomen en de concentratie van de nootmuskaatteelt op één eiland. In hedendaagse termen: executies, etnische zuiveringen, deportatie en extirpatie.

Veelgestelde vragen over ontvolking

Wat is de betekenis van ontvolking?

ontvolking betekent: aanzienlijke vermindering van het aantal inwoners

Hoeveel betekenissen heeft ontvolking?

ontvolking heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft ontvolking?

ontvolking is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van ontvolking?

Synoniemen van ontvolking zijn: bevolkingskrimp, extirpatie.

Hoe gebruik je ontvolking in een zin?

Voorbeeld: “De bevolking van de stad mag dan van zo’n 175.000 inwoners in 1950 zijn gedaald tot 40.000 nu, de huizenprijzen zijn vooral de afgelopen twee decennia hard gestegen. (…) Het einde van de ontvolking is dan ook nog niet in zicht in Venetië, dat nu, net als voor de coronatijd, weer onder de voet wordt gelopen door miljoenen toeristen.

Etymologie

*afgeleid van "ontvolken"