ontvreemding
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het plegen van een diefstalTegenover Mirjam: ik heb een zoon bij je verwekt, en die is er nu niet meer, ik heb zijn ontvreemding niet kunnen voorkomen.Bij de RCN hadden de ICT-systemen en ook de verbindingen met netwerken van andere rijksdiensten zoveel kwetsbaarheden, 'dat het risico van inbraak en ontvreemding en manipulatie van informatie aanwezig was'.
Etymologie
* van ontvreemden
Vertalingen
Engelsfraud, robbery, theft
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek