ontzetten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (militair) een belegering opheffen voorZij wisten de stad eindelijk te ontzetten.
- (ov) hevig doen schrikkenIk ben zwaar ontzet door wat er is gebeurd.
- (ov), (juridisch) ~ uit de genoemde waardigheid, functie etc. ontnemenDe priester werd uit zijn ambt ontzet.De rechter kan iemand uit de voogdij ontzetten.
- (ov), (bouwkunde) van de rest doen loskomen en/of doen bezwijken/instortenDoor de grote klap raakte een muur ontzet.
Etymologie
*Afgeleid van zetten
Vertalingen
Engelsalarm, appal, appall
Spaansconsternar, destituir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek