ontzetten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, militair (ov) (militair) een belegering opheffen voor
    Zij wisten de stad eindelijk te ontzetten.
  2. ov (ov) hevig doen schrikken
    Ik ben zwaar ontzet door wat er is gebeurd.
  3. ov, juridisch (ov), (juridisch) ~ uit de genoemde waardigheid, functie etc. ontnemen
    De priester werd uit zijn ambt ontzet.
    De rechter kan iemand uit de voogdij ontzetten.
  4. ov, bouwkunde (ov), (bouwkunde) van de rest doen loskomen en/of doen bezwijken/instorten
    Door de grote klap raakte een muur ontzet.

Etymologie

*Afgeleid van zetten

Vertalingen

Engelsalarm, appal, appall
Spaansconsternar, destituir