woorden
boek
Start
›
O
›
oogvocht
oogvocht
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
vocht dat aan de buitenkant van het oog zit
vocht dat inwendig in het oog zit het kamervocht
Synoniemen
traanvocht
traan
tranen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← oogvliezen
oogvormig →