opbeuring
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- troost, iets waarmee je iemand kracht en moed geeft na een teleurstellingHet kind had een opbeuring nodig na het behalen van de onvoldoende.
Etymologie
* van opbeuren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek