opdrachtgever

mannelijk (de)/ˈɔbdrɑ(xt)ˌxevər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die opdrachten geeft; iemand die een bestelling doet
    Mijn opdrachtgever verwacht onmogelijke dingen van mij.
    Dat ze nu in onderhandeling waren met het ministerie en de overheid kon misschien vreemd overkomen aangezien de stad Stockholm de eigenlijke opdrachtgever was.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van opdracht en de stam van geven