openbreken
/ˈopə(n)ˌbrekə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) al brekend opengaanDe zaaddoos brak open en de zaden vielen op de grond
- (ov) door breken met geweld openmakenwe moeten die kast openbreken want de sleutel is verdwenen
- (ov) (figuurlijk) voortijdig wijzigingen aanbrengen inMijn baas wil mijn tijdelijke jaarcontract openbreken en met een halfjaar verlengen
Uitdrukkingen
- breek me de bek niet open
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek