openen
/ˈopənə(n)/
Wat is de betekenis van openen?
openen betekent: (ov) laten beginnen, in bedrijf brengen
Betekenis
werkwoord
- (ov) laten beginnen, in bedrijf brengen
- (ov) ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is
- (ov) openstellen, toegankelijk maken
- (ov) (informatica) een bestand inladen
- (refl) zich ~
Voorbeelden van "openen" in een zin
- Hij opende het vuur op het vijandelijke leger.
- In 1989 nam Henriroux de zaak over. 'We zijn trots op onze geschiedenis, maar proberen altijd vooruit te denken', zegt hij. Henriroux opende een hotel en een tweede restaurant waar je goed kunt eten tegen redelijke prijzen.
- Ik bladerde erdoorheen en las eindeloze verhalen over hoe geweldig die burger was: ‘Goddelijk – al dat lopen waard’, ‘Drie Michelinsterren’, ‘Nog nooit zo’n grote burger gezien’ en ‘Ik ga een franchise openen in Londen’.
- Open jij het slot even?
- Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.
Etymologie
*afgeleid van open
Vertalingen
Engelsopen, open, open
Fransouvrir, ouvrir, ouvrir
Duitseröffnen, öffnen, öffnen
Spaansabrir, abrir, abrir
Portugeesabrir
Zweedsöppna, öppna, öppna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek