openingszin
mannelijk (de)/ˈopənɪŋˌsɪn/
Wat is de betekenis van openingszin?
openingszin betekent: eerste zin van een toespraak of van een schriftelijk werk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eerste zin van een toespraak of van een schriftelijk werk
- de eerste zin die je zegt als je iemand aanspreekt
Voorbeelden van "openingszin" in een zin
- 'Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No. 37.' is de openingszin van Max Havelaar geschreven door Multatuli
- 'In het zwartst van de tijd, omtrent Kerstmis, werd op de Rotterdamse kraamzaal het kind Jacob Willem Katadreuffe met de sectio caesarea ter wereld geholpen.' is de openingszin van F. Bordewijk: Karakter.
Etymologie
*, met 'opening' afgeleid als naamwoord van handeling van openen (werkwoord)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek