opgaan

/ˈɔpxan/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) oprijzen, omhooggaan
    De zon gaat morgen om zes uur op.
  2. erga (erga) een succes zijn, juist blijken
    Nee, die redenering gaat niet op.
  3. deel worden van een groter geheel en daarin niet meer als afzonderlijk element te onderscheiden zijn
    Opgaan in de groep

Uitdrukkingen

  • [1] in vlammen opgaan

Vertalingen

Engelsarise, ascend, get up
Spaansmontar, subir