ophef

mannelijk (de)/ˈɔphɛf/

Wat is de betekenis van ophef?

ophef betekent: lawaai, onrust, tumult, geraas, spektakel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lawaai, onrust, tumult, geraas, spektakel

Voorbeelden van "ophef" in een zin

  • Er wordt veel ophef gemaakt over de Canadese reactie op de opmerkingen over NAFTA die door de presidentskandidaten gemaakt zijn.
  • Wat was dan toch al die ophef over blowen? De volgende avond zette ik in alle rust mijn wietexperiment voort.
  • De rechter verwijt het duo dat ze het illegaal kappen van de boom en de daaropvolgende ophef prachtig vonden.

Etymologie

* van opheffen.

Vertalingen

Fransbruit
DuitsAufruhr, Aufheben, Aufstand