opnamecapaciteit

vrouwelijk (de)/ˈɔpnaməˌkapasiˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) de ruimte die een ziekenhuis heeft om patiënten te kunnen aannemen
    Met de piek in de virusgolf bereikte het ziekenhuis de maximale opnamecapaciteit.

Etymologie

* Samenstelling van opname en capaciteit