opoe
vrouwelijk (de)/ˈopu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) vrouw met kleinzoon of kleindochterEr bestaan veel dialectwoorden voor oma zoals bomma, memme, metje, moemoe, moeke, beppe, opoe.
Etymologie
*waarschijnlijk een verbastering in (kindertaal) van grootmoeder, "otepoe"; in de betekenis van ‘grootmoeder’ aangetroffen vanaf 1902
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek