oppassen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) opletten dat er niet iets ergs gebeurt
    Op die richel moet je goed oppassen, zodat dat je niet valt.
  2. inerg (inerg) bij de kinderen blijven en op ze letten
    Vanavond moet ik oppassen, maar morgen kan ik wel.

Etymologie

* In de betekenis van ‘opletten’ voor het eerst aangetroffen in 1660

Uitdrukkingen

  • Als de vos de passie spreekt, boer pas op je kippen (ganzen).pas op voor slijmballen, ze willen altijd wat van je; als een bedrieger vrome dingen zegt moet je extra voorzichtig met deze persoon zijn

Vertalingen

Duitsaufpassen, achtgeben, aufpassen