oppasser
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die oppast waar enig toezicht nodig is
- (beroep) een werknemer van een dierentuin die dieren verzorgtDe struisvogel stond de krant van de oppasser mee te lezen.
Etymologie
* van oppassen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek