oppasser

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die oppast waar enig toezicht nodig is
  2. beroep (beroep) een werknemer van een dierentuin die dieren verzorgt
    De struisvogel stond de krant van de oppasser mee te lezen.

Etymologie

* van oppassen