opperkleed
onzijdig (het)/ˈɔpərˌklet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kledingstuk dat over de andere kleding wordt gedragenZe passeerden monniken die luidkeels de getijden baden en dermate dikke kapelaans dat zij hun opperkleed hadden laten vermaken tot een vest.Over zijn witte opperkleed lag een spookachtige glans.Siddhartha schonk zijn opperkleed aan een arme Brahmaan, die hij op straat was tegengekomen.
Etymologie
* afleiding van kleed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek