opporren

/ˈɔpɔrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een vuur harder laten branden door er met een pook in te porren
  2. iemand aanzetten tot activiteit
    Dat laatste rijmt met MacMillans ‘omineuze echo’s’. Die hoort zij vooral in de ‘toxische nationalismen’ die, toen zowel als nu, onhoudbaar zijn in een context van globalisering, omdat ze conflicten opporren door immer de nadruk te leggen op het lokale en op het ‘eigene’, al gaat dat soms slechts om wat Freud ‘het narcisme van de kleine verschillen’ noemde. de Standaard 08 januari 2014 Marc Reynebeau
    Deze Spaanse liefdesslak zou het vuur tussen de slijmerige tuinvrienden flink opporren, was de gedachte. Tubantia Renske Baars 19-mei-2017

Vertalingen

Engelsstir up