opruimen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets uit de weg ruimen
  2. handel (handel) iets uitverkopen
    U krijgt vandaag 20% kassakorting, want we zijn aan het opruimen.
  3. huishouden (huishouden) iets in orde brengen, netjes maken
    Ruim je kamer nu eens op!
    Haar laatste boek is geen roman geworden. Renate Dorrestein ontdekte al opruimend zoveel spannends in haar huis dat er iets heel anders ontstond.
    Kun jij die rotzooi even voor mij opruimen?
  4. (een gat) ruimer (dus groter) maken
  5. eufemisme (eufemisme) iemand uit het publieke zicht laten verdwijnen, al dan niet door diegene van het leven te beroven

Vertalingen

Engelsclear, sell up, sell out
Fransranger, solder, ranger
Duitswegräumen, ausverkaufen, aufräumen
Spaansrecoger, liquidar, ordenar
Italiaansriordinare, liquidare, riordinare