opsouperen

/ˈɔpsuˌperə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. met name van een hoeveelheid geld: op een snelle en niet zinvolle manier helemaal opmaken
  2. iets gebruiken tot er niets meer van over is
    "Ik wil een buffertje hebben voor als de wasmachine kapotgaat, maar van het kabinet moeten we het allemaal opsouperen", zegt Meijer. "Het is niet alleen dat ons pensioen al jaren hetzelfde is," vult zijn vrouw aan. "De zorgpremie gaat elk jaar omhoog, de gemeentebelastingen, we moeten meer zelf betalen voor de huishoudelijke hulp. Het stapelt zich op." Dat werkend Nederland er in koopkracht op vooruitgaat dankzij dit kabinet, gunnen ze iedereen. Maar waarom blijven de gepensioneerden achter? "Ik snap niet dat mensen zoals wij het gelag moeten betalen. Wij hebben de maatschappij helpen opbouwen."[https://www.tubantia.nl/binnenland/vier-op-de-tien-redden-t-niet-met-pensioen~ad806d5a/ {{Aut|Jongejan, D.
  3. verbruiken, opofferen
    De Tour zit zo gevangen in een Catch-22: wie aanvalt verliest, wie niet aanvalt verliest net zo goed. ‘Je kan zeggen: we hadden Quick Step meer mannetjes moeten laten opsouperen in de jacht op Bodnar, maar Kittel wint ook in zijn eentje’, aldus Hofman. ‘En om het spel met de wind te spelen, heb je wind nodig. En daarin is Quick Step ook doorgaans de beste. Voorlopig moeten we hun dominantie gewoon even accepteren.’ de Standaard DONDERDAG 13 JULI 2017