opstand
mannelijk (de)/ˈɔpstɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij) een massale, vaak gewelddadige, poging om het heersende gezag omver te werpenDe opstand die al enige tijd woedde werd gewelddadig onderdrukt.Maar nadat Boedapest zijn equivalent van het Slânsky-proces had doorgemaakt, werden de demonstraties steeds oncontroleerbaarder en ontwikkelden zich tot een opstand tegen alles waar de partij en regering voor stonden, geleidelijk aan met gewapende groepen.
- (bosbouw) staande bomen of struiken, ter onderscheiding van aangrenzende begroeiing
- (techniek) overeind staand deel, schot [2]
Etymologie
* van opstaan
Vertalingen
Engelsuprising, mutiny, rebellion
Fransrévolte
DuitsAufstand
Spaansrebelión, alzamiento
Poolspowstanie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek