opstarten
/ˈɔpstɑrtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- beginnen vanuit een rusttoestand, voor de eerste keer beginnenHij moest na de vakantie zijn computer weer helemaal opnieuw opstarten.Het nieuwe bedrijf moest eerst opgestart worden.
Etymologie
* leenvertaling van "start up";
Vertalingen
Engelsrestart, reset
Fransremettre
Duitsaufstarten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek