opsteken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- iets lerenNadat hij de hele nacht had gefeest stak hij niets op van de lessen op school.Terwijl hij kookte, vertelde ik hem dat ik ook een tijdje in stilte had gelopen, dat ik er veel van had opgestoken en in de toekomst ook vaker stil zou willen zijn.
- iets in de brand steken (bijvoorbeeld van een sigaar of sigaret)Ondanks zijn benauwdheid stak hij toch weer een sigaret op.Ik kookte wat pasta terwijl zij een jointje opstak.
- omhoog brengen (bijvoorbeeld van haar)De chirurg stak haar haren op zodat die onder de operatiemuts pasten.
- beginnen te waaienIn de loop van de dag stak de storm op en begon het ook te regenen.Maar van deze paradijselijke vergezichten kon ik niet genieten omdat ik bang was dat er weer een storm zou opsteken.
- ontstaan van ietsThe Rat Pack was de laatste weken namelijk erg gegroeid en er staken de nodige spanningen de kop op.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek