optica

vrouwelijk (de)/ˈɔptiˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) het deelgebied van de natuurkunde dat het gedrag van licht beschrijft

Etymologie

* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘deel van de natuurkunde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566

Vertalingen

Engelsoptics
Fransoptique
DuitsOptik
Spaansóptica
Japans光学
Poolsoptyka
Zweedsoptik