opvliegen

/ˈɔpfliɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vanaf de grond of een andere positie van rust aan een vlucht door de lucht beginnen
    Toen de luid knal weerklink vloog de hele zwerm spreeuwen op van het veld.
    Ze huilde tranen met tuiten toen het vliegtuig wegtaxiede, opvloog en in de donkere winterhemel verdween.
  2. erga (erga) overdrachtelijk: plotseling in actie komen
    Hij vloog op en begon te schelden omdat hij zich door die opmerking beledigd voelde.

Vertalingen

Engelsfly up, take off, start