opvlieger
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) plotseling gevoel van hitte gepaard gaande met transpiratie bij vrouwen op het einde van de vruchtbare leeftijdHet viertal vrouwen van rond de vijftig besluit een wellnessweekend te verpozen in Wallonië. Op voorhand is er een lijst van verboden gespreksonderwerpen: mannen, kinderen, opvliegers en al te openhartige intimiteiten. Die lijst genereert meteen boosheid en drama. NRC Kester Freriks 19 september 2016
Etymologie
* van opvliegen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek