opvreten

/ˈɔpfretə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. informeel, pejoratief (informeel) (pejoratief) gulzig opeten
    Een minder aardige gewoonte van deze kreeft is dat hij alles opvreet wat hij maar tegenkomt, en overal in graaft.

Uitdrukkingen

  • het hart opvreten